dalai-lama-nederland

Waarom Dalai Lama altijd compassie toont en geen woede kent

Iedere dag opnieuw. Ervoor zorgen dat niemand pijn lijdt. Elke minuut van je leven wijden aan de verlichting van leed dat een ander mens bewust of onbewust is aangedaan.

De wereld rondreizen om met wetenschappers en politici te discussiëren over wereldproblemen en telkens opnieuw uitleggen dat compassie de kern van geluk is. Dit is het ‘lot’ van de Dalai Lama. Je leven lang in een eenvoudig klooster wonen en mensen helpen om in rust en vrede te leven.

Een roeping, zo noemen we dat.

Want het is niet onze gewoonte om ons continu te bekommeren om de ellende van de medemens. We helpen zo hier en daar een handje en als we geen tijd meer hebben doneren we geld. We hebben in onze micro-wereld thuis al genoeg beslommeringen. Meer past er niet in onze ‘kleine geest’. Maar voor die eenvoudige man, tot ballingschap in de bergen van India veroordeeld, is compassie een gewoonte. Hij is de personificatie van mededogen, de Dalai Lama. En heel af en toe maakt hij zich boos.

Rond mijn dertigste ontstond een grote fascinatie voor de Dalai Lama en het boeddhisme.

Omdat zijn onnavolgbare gemoedsrust indruk op mij maakte en onvoorstelbaar was voor iemand die altijd onrustig leefde. Ik las alles wat ik vinden kon en bekeek talloze documentaires en films over de oosterse filosofie. Bovendien wilde ik zijn wereld ervaren, in het hart van Tibet. Het was een confronterende reis waarin ik mijn eenzaamheid en angsten moest verdragen.

Een beproeving waar ik nooit spijt van heb gehad.

Tien jaar later heb ik mijn boeddhistische zoektocht verrijkt met verdieping over de verschillende stromingen zoals het zenboeddhisme en mindfulness. Gecombineerd met westerse wetenschap. Want het oosten en het westen lijken twee kanten van dezelfde waarheid te zijn. Iets dat zowel het boeddhisme als de wetenschap beamen: alles is één en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Interbeing, zoals zenboeddhist Thich Nhat Hanh dat noemt.

Omdat die onderlinge verbondenheid de kern is van compassie, dook ik opnieuw in mijn persoonlijke archieven, die van het boeddhisme en Tibet. Daar wilde ik een antwoord vinden op de oorsprong van al die verdraagzaamheid.

En dat vond ik via de wijsheid van een eenvoudige monnik, de Dalai Lama.

Want mededogen klinkt heel mooi, maar wat is het dan? En hoe een eenvoudige monnik dat vol? Verbannen uit zijn thuisland en toch de moed om iedere dag te strijden voor zijn volk en de mensheid in het algemeen. Zijn houding lijkt me geen resultaat van een paar jaar studie of overmatige vriendelijkheid. Dit moet iets anders zijn. Zo niet de reden van zijn bestaan.

Om te begrijpen waarom de spirituele leider altijd compassie heeft, moeten we iets weten over Tibet en zijn ontstaan.

De beschaving van het nomadische volk is al zo’n zes tot tienduizend jaar oud, maar de wijd verspreide mythe over de oorsprong van Tibet noemt circa 600 na Christus (niet geheel toevallig ook de periode dat het boeddhisme naar Tibet kwam). In die tijd bezocht de bodhisattva Chenrizi de Tibetaanse hoogvlakte in opdracht van de Boeddha zelf. Een bodhi (= verlicht) sattva (= wezen) heeft namelijk tot doel andere mensen te helpen op weg naar verlichting en helaas was de Boeddha zelf nog niet in Tibet geweest. Daarom stuurde hij zijn ‘helper’ op pad om het volk stichten en de mensen te begeleiden bij hun persoonlijke pad. Deze Chenrizi was niet zomaar een bodhisattva. Het boeddhisme kent namelijk verschillende heilige helpers, ieder met hun eigen ‘specialiteit. Chenrizi was de belichaming van mededogen, de opperheilige van compassie.

En zo stichtte hij het oervolk van mededogen.

Omdat de Tibetanen in de eeuwen die volgden heel wat ontberingen moesten doorstaan, vanwege invasies van bijvoorbeeld Mongolen en Chinezen, bleef de ‘goddelijke’ Chenrizi regelmatig terugkeren op aarde. Om als spirituele vader het volk te leiden, telkens in een nieuwe ziel. De Tibetanen geloven dat de dalai lama een reïncarnatie van Chenrizi is. En dus ook Tenzin Gyatso, de veertiende dalai lama.

In de ogen van zijn volk is hij vervuld van eindeloos mededogen in opdracht van Boeddha zelf.

Met zo’n spiritueel DNA vormt compassie de kern van zijn bestaan. Zijn spirituele leiderschap brengt bovendien ‘aardse’ taken met zich mee zoals het leiden van zijn volk in de dagelijkse praktijk. En dat is er een van continue bezetting en bedreiging die al heel wat Tibetanen het leven heeft gekost. Maar de Dalai Lama blijft vol mededogen overeind. Omdat hij daarmee zijn eigen mensen en de wereld in leven houdt.

Als een eenvoudige monnik, verbannen uit zijn land en continu bedreigd, zo verdraagzaam is, dan moeten wij daar toch iets van kunnen leren?

Wat vaker naar elkaar luisteren en respect tonen op z’n tijd. Minder agressie, woede en vertrouwen in elkaar. Dat moet ons toch lukken? Maar zo simpel is compassie niet. Dat gaat veel dieper, zoals de Dalai Lama regelmatig beschrijft. Mededogen zou onze basishouding in het leven moeten zijn. Zolang we het maar niet verwarren met genegenheid, zoals de Dalai Lama in zijn spirituele autobiografie benadrukt (opgetekend door de Franse Sofia Strill-Rever). Zo is de liefde van ouders voor een kind vaak een uiting van eigen emotionele behoeften. En de affectie voor onze partner een soortgelijk egoïsme.

Want zodra onze geliefde zich anders gedraagt dan we verwachten, voelen we ons tekort gedaan en worden we boos.

Dat getuigt van oppervlakkige emoties. Zuiver mededogen verandert nooit! Als we verdraagzaam zijn, blijven we diep bezorgd over andere mensen, zelfs als zij zich misdragen. En niet alleen over onze vrienden – dat is medelijden -, maar bezorgd over de gehele mensheid. Vanuit de diepste overtuiging dat iedereen ooit gelukkig wilde zijn.

Ga er maar aan staan. Ik heb nog heel veel boeddhistische helpers nodig om zover te komen.

Gelukkig neemt de Dalai Lama mij niks kwalijk.

dalai-lama-nederland

Hij begrijpt dat er heel veel geduld en oefening voor nodig is. Zoals het onderzoeken van ‘waarom we boos worden’. Woede vernietigt al het gezonde verstand. Volgens de eenvoudige monnik een teken van zwakte. Geduld, redelijkheid en compassie, dat bepaalt onze innerlijke kracht. In alle realiteit. Want de Dalai Lama kent als geen ander problemen van groot formaat. Hij leeft al sinds 1959 in ballingschap en ziet een volk dat wordt geconfronteerd met zware tegenspoed. Problemen zullen er altijd zijn, weet hij, maar negativisme uitvergroten verjaagt enkel onze gemoedsrust. Vanuit een holistische blik kunnen we ook de andere kant bekijken. En zien dat we niet als enige verdrietig zijn. Zo heeft die ene vervelende vriend ook zijn pijnlijke herinneringen en kent de ruziezoeker op school misschien wel geen thuis. Met een beetje meer geduld en realisme stijgen we boven ons zielige ego uit.

Hoe houdt een eenvoudige monnik dat vol?

Iemand die in feite alleen ‘aan de top’ staat. Want eenzaam heeft hij zich ondanks zijn wereldwijde erkenning echt wel gevoeld. Vooral toen de Verenigde Naties hem in de jaren vijftig niet kwamen helpen, op het moment dat China het land binnentrok. Aan de westerse journalist Thomas Laird, met wie hij jarenlang discussieerde over de geschiedenis van Tibet, sprak hij over deze eenzame periode waarin hij uiteindelijk ervoor koos het gesprek met de Chinezen aan te gaan. Liever praten dan boos weglopen.

Want ook al leidde het niet tot de vrijheid van zijn volk waar hij zo op hoopte, hij had zijn mededogen getoond.

Die onvoorstelbare gemoedsrust was alleen mogelijk dankzij zijn strikte boeddhistische leven. Mediteren, studeren en anderen helpen, zoals hij – de belichaming van bodhisattva – hoort te doen. Vooral de meditaties over onbaatzuchtigheid sterken zijn geest. Het zorgt ervoor dat hij een heilzame invloed op anderen heeft en overeind blijft ongeacht de droevige gebeurtenissen waar hij onwillekeurig mee wordt geconfronteerd.

Makkelijk is het nooit. Dat laat zijn favoriete boeddhabeeld zien: een uitgemergelde man die door streng vasten graatmager is geworden. De Boeddha op weg naar verlichting. “Het is moeilijk iets te bereiken als we de makkelijke weg volgen”, vertelde hij aan de journalist Laird. “We zijn verwend. We hebben de wil tot hard werken nodig.”

boeddha-beeld-vasten
Boeddha aan het vasten (beeld: Lahore museum, Pakistan)

Beschikken wij ook over zoveel innerlijke kracht?

Ja, want volgens de Dalai Lama en het boeddhisme kunnen we allemaal vanuit vrede leven.

Daarvoor hebben we elkaar wel hard nodig, denk ik zo. En moeten we af van het hardnekkige eigenbelang. Dat maakt zelfs de verdraagzame monnik een beetje boos. Zoals hij tien jaar geleden al eens zei: “We consumeren meer en meer uit eigen belang. Om onze zorgen af te kopen, onnadenkend over de gevolgen die het voor iemand anders hebben kan. Onwetend over wat we aanrichten op deze aarde. Geen besef over de natuurlijke bronnen die we uitputten en de spirituele schade die we aanrichten. We zijn ruimdenkend, maar geven voorrang aan onszelf.”

In een Amerikaanse documentaire over de Dalai Lama, waarin hij spreekt met tientallen wetenschappers, wordt de 19e eeuwse Russische filosoof Leo Tolstoj aangehaald. Hij omschreef ons gedrag pijnlijk mooi:

Everybody thinks of changing humanity, nobody thinks of changing himself.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *